Immuuntherapie en de rol van de huisarts

Samenvatting

In deze FTO-Online videospecial behandelt internist-oncoloog Rutger Koornstra de werking van immuuntherapie bij kanker.

Onderwerpen

Auteur

Log in met uw Medi-Access om de videospecial te bekijken

Nog geen account? Nu aanmelden
Wachtwoord vergeten?

Deel videospecial

Inhoudsopgave

Immuuntherapie en de rol van de huisarts

Inleiding

De ontwikkelingen binnen immuuntherapie zijn de afgelopen jaren enorm toegenomen. Immuuntherapie is dan ook een belangrijke behandelmogelijkheid geworden binnen het behandelarsenaal tegen kanker. Nu steeds meer patiënten met immuuntherapie behandeld kunnen worden, lopen deze patiënten ook buiten het ziekenhuis tegen bijwerkingen aan. Daar ligt een rol weggelegd voor de huisarts.
In deze FTO-Online-videospecial komt immuuntherapie, de werking, de bijwerkingen en het herkennen van deze bijwerkingen aan bod.

Immuuntherapie

Immuuntherapie is een behandeling die in vele opzichten verschilt van de meer traditionele behandelmogelijkheden. Waar bijvoorbeeld chemotherapie of bestraling zich direct richten op de tumor, heeft immuuntherapie als doel om het immuunsysteem te activeren en op die manier de tumor aan te vallen. In de volgende video legt Rutger Koornstra uit wat immuuntherapie precies is, hoe het werkt en voor welke indicaties het op dit moment geregistreerd is.

Responspatronen

Dat immuuntherapie anders is dan de al wat langer bekende behandelingen wordt duidelijk in onderstaande video waar de responspatronen van deze behandeling worden besproken. Deze responspatronen kunnen zeer verschillend zijn en het is dan ook van belang om deze patronen te herkennen om ze goed te kunnen interpreteren.

Bijwerkingen

Een van de belangrijkste onderdelen van immuuntherapie zijn de bijwerkingen. In werkelijk elk deel van het lichaam kunnen bijwerkingen optreden. Het herkennen van immuungerelateerde bijwerkingen is dan ook van groot belang. In de volgende video legt Rutger Koornstra uit hoe je immuungerelateerde bijwerkingen kunt herkennen, in welk tijdsbestek ze veelal optreden en waar je als huisarts alert op moet zijn.

Conclusie en toekomst

In de volgende video geeft Rutger Koornstra in het kort de belangrijkste punten van immuuntherapie weer en werpt hij een blik op de toekomst, hoe zou die eruit kunnen zien wanneer immuuntherapie gecombineerd wordt met andere behandelmogelijkheden?

Casuïstiek

1

Casus I – 64-jarige man met gemetastaseerd melanoom

Casus II – 58-jarige vrouw met stadium IV niercelcarcinoom

1.1

Een 58-jarige vrouw is sinds november 2018 bekend met een stadium IV heldercellig niercelcarcinoom. Ze is eerder behandeld met pazopanib 600 mg 1dd. Hierop ontstond een fraaie partiële respons gedurende 11 maanden.

Vanwege progressie van de ziekte is ze nu verwezen voor immuuntherapie in de tweede lijn.

Behandeling:

  • Nivolumab 480 mg, 1x/ 4 wkn

Sinds een week heeft ze progressieve malaise, last van vermoeidheid, een verminderde eetlust, duizeligheid en spierpijn. Ze bezoekt het spreekuur van de huisarts. Die constateert het volgende:

  • Niet acuut ziek

  • RR 170/95, pols 93, temperatuur 37,8°C, saturatie 98%

Bij lichamelijk onderzoek werden geen overige bijzonderheden gezien.

1. Wat is uw differentiaaldiagnose?

Controleer uw antwoord
Op basis van de klachten kunt u de volgende differentiaaldiagnoses stellen:
  • Malaise en vermoeidheid door een virale infectie
  • Progressie van de ziekte
  • Endocrinopathie: hypofysitis, bijnierinsufficiëntie
1.2

De patiënt heeft de volgende labwaarden:

  • Cortisol < 0.02

  • TSH/vrij T4: geen afwijkingen

Een MRI van de hypofyse toont geen afwijkingen.

Diagnose:

Secundair hypocortisolisme tgv immuungemedieerde toxiciteit (hypofysitis graad II)

De patiënt krijgt hydrocortisonsuppletie en de immuuntherapie kan gecontinueerd worden.

2. Moet de huisarts dit kunnen behandelen?

Controleer uw antwoord

Nee, dat hoeft zeker niet, maar wees er wel bedacht op. Weet dat dit een veelvoorkomende bijwerking is die wel behandeld moet worden, maar geen reden is tot het staken van de immuuntherapie. Het vroegtijdig herkennen van deze bijwerking en het snel kunnen starten met behandelen leidt tot een eenvoudigere behandeling en een sneller herstel.

Informatie